Trekking Annapurna circuit 3 maart t/m 23 maart
26|03|04
Drie weken lang zijn we met gids en porter rondom het beroemde Annapurna gebergte gelopen, hieronder een verslag. A= geschreven door Annelotte, M= geschreven door Michiel
HET ANAPURNA CIRCUIT (A)
Het Anapurna Circuit is een van de meest belopen trekkingsroutes van Nepal. De te lopen afstand is zo'n 300 km. Langs rivieren, door diepe dalen en over hoge passen tussen een paar van de hoogste bergen ter wereld (sommigen ruim 8000 meter). Die 300 km is dus vooral stijgen en dalen, wat het geen lichte tocht maakt. Toch weten sommigen het circuit in een dag of 13 rond te draven terwijl anderen er rustig 23 over doen.
Wij kiezen ervoor de route in 18 loopdagen + 2 rustdagen af te leggen. Na een paar dagen komen we in een redelijk vaste routine, waaraan geen trekker lijkt te ontkomen: 's ochtends wakker om een uur of vijf/zes, geen douche (te koud), spullen inpakken, ontbijt tegen zevenen en op pad rond half acht. Flink doorlopen, met af en toe een korte pauze om wat te drinken of uit te rusten na een zwaar stuk stijgen. Soms wordt er al voor elven geluncht in een restaurantje aan de weg. Meestal zijn we voor een uur of twee in onze overnachtingsplaats, alwaar we de rest van de dag doorbrengen met theedrinken, ouwehoeren met andere trekkers, naar het uitzicht kijken, lezen, een wasje doen en douchen - althans als het douchewater warm en de buitenlucht niet te koud is. Om een uur of zes wordt er weer gegeten en rond half acht 's avonds na een laatste thee of chocomelk gaat iedereen al snel slapen. Van late avondjes is er in de bergen geen sprake. Het wandelen, de hoogte en de frisse berglucht vragen om zeker negen uur slaap per nacht. Bovendien is er op veel plekken geen electriciteit en het is zo moeilijk lezen of socializen bij een klein kaarsje.
Tijdens de trek wisselt de natuur van tropisch rhodondendron-mos-bos tot besneeuwde hoogvlakten, van rijstvelden tot naaldwouden en van appelboomgaarden tot door yaks kaalgegrazen heideheuvels. De temperatuur wisselt tijdens onze tocht door de hoogteverschillen van 35 C in de lagere gebieden in de middagzon tot zeker -20 C in onze slaapkamer als we vlak voor een hoge pas willen overnachten.
Veel verschillende wilde dieren zijn er niet te zien - af en toe spotten we een bergmarmot of een wilde himalaya antilope. Wel zijn er behoorlijk wat gigantische roofvogels en hele zwermen grote zwarte raven. Het landschap wordt vooral gedeeld met duizenden ezeltjes en paardjes die trouw alle spullen naar boven brengen voor de lokale bevolking (rijst, hout, stookolie, potten en pannen) en vooral voor die westerlingen (glazen ramen, appeltaartmix, chocolade, kruikjes en kussentjes), die een stoere 'basic' trek in de bergen willen maken. Daarnaast zijn met name op de hoger gelegen hellingen veel geiten en yaks (soort grote wollige koe) te vinden, die worden gebruikt voor hun wol, melk en vlees.
Een wonder is het, dat tussen al deze woeste bergen en zo ver van wat wij de 'bewoonde wereld' noemen, nog hele dorpen te vinden zijn - met hotel en al. Maar die zijn er; en nog met hele verschillende mensen ook. De Tibetaanse vluchtelingen zien er weer heel anders uit dan de Gurungs, of de Tamangs. Met ieder ook hun eigen kleding, hun eigen huizen, hun eigen geloof en hun eigen manier van omgaan met touristen.
DANMAR EN DIL (A)
Na lange overwegingen hebben we besloten een gids en drager mee het circuit rond te nemen om de trek interessanter, gemakkelijker en veiliger te maken. Door de gekozen trekkingsorganisatie in Kathmandu zijn vervolgens Danmar en Dil aan ons toegewezen.
Danmar, onze gids, is 34 jaar en een zeer enthousiaste kerel. Zijn interesses blijken vooral op het gebied van vrouwen en appelbrandewijn te liggen. Hij vindt het geweldig om ons elke avond op de lokale drankjes te trakteren en neems ons mee de keukens van de guesthouses in zodat we kunnen zien hoe het lokale leven zich daar afspeelt. Danmar spreekt behoorlijk Engels, al is dat meestak nog lang niet goed genoeg om zijn grappen te begrijpen - we lachen toch maar beleefd.
Dil, onze geweldige drager, is 42 en in formaat ongeveer de helft van onze eigen lengte en breedte. Dat brengt ons wat in verlegenheid wat het lijkt toch lullig om onze zware tas te laten dragen door zo'n lief klein mannetje terwijl we zelf toch jong en sterk zijn. Dil's Engels is zeer beperkt (hij spreekt ons beiden aan met Sir) maar met handen en voeten en wat hulp van onze gids kan er zeker nog van zijn gezelschap genoten worden. Wel vergeet hij vreemd genoeg om een winterjas op onze koude trekking mee te nemen.
Danmar en Dil hebben blijkbaar besloten om ons te DIENEN. Dat vertaalt zich onder andere in: praktisch altijd het leukste hotel van het dorp, al het eten dat we willen, een introductie in alle lokale drankjes, de warmste plaats bij het haardvuur in de keuken en tientalle kaarttrucs ter ons vermaak. Maar ook: tien keer buigen als we 's avonds gaan slapen, onze was willen doen, alles voor ons halen en bestellen terwijl we het gemakkelijk (en graag) zelf willen doen, goed in de gaten houden waar we ons bevinden en wat onze plannen zijn en ons in de avonduurtjes gezelschap komen houden terwijl we eigenlijk net rustig wilden lezen. Soms is het grappig, soms irritant, we moeten er hoe dan ook wel even aan wennen om plotseling deze twee bijzondere medereizigers te hebben.
OVER DE THORUNG-LA PAS (M)
Het avontuurlijke hoogtepunt van de wandeltocht is het oversteken van de 5400 meter hoge Thorung-La pas. Toch zo'n 1000 meter hoger dan de Mont Blanc en voor ons niet bergbeklimmers dus best spannend. Het grootste 'probleem' met deze pas is dat mensen niet gewend zijn aan dit soort hoogtes en daardoor hoogteziekte kunnen oplopen.
Wij hebben gelukkig alle tijd en passen een uitgebreid acclimatiesatieschema toe. In Manang dat op 3500 meter hoogte ligt lassen we een rustdag in, niet om te rusten, maar puur om te wennen aan de hoogte. Eigenlijk alle wandelaars doen dit, waardoor het een hele gezellige dag wordt. Het voornaamste onderwerp van gesprek is natuurlijk die vervloekte pas. Dit wordt nog eens versterkt door een EHBO post die voorlichting geeft over hoogteziekte en het gevaar ervan goed weet in te prenten. Voeg daarbij een verhaal van een man die verteld vlak voor de top in extreme kou bewusteloos te zijn neergevallen en de Thorung La lijkt plots een onneembare muur.
Na Manang klimmen we door naar Letdar dat op 4200 meter ligt en een dag later lopen we door een maandlandschap van stenen en gruis naar het High Camp op 4800 meter. De hoogte is op deze plaatsen duidelijk voelbaar in ons hoofd, het is dan ook constant hopen dat een klein hoofdpijntje niet doorzet. Om dit te voorkomen lopen we elke keer na aankomst in een guesthouse, nog een stuk door om vast wat te wennen aan de hoogte. Het is in Letdar en High Camp de hele dag ijskoud, we houden al onze kleren dan ook full-time aan, douchen komt later wel weer! De middag wordt zo dicht mogelijk bij een klein kacheltje doorgebracht. Om een uur of zeven 's avonds kruipen we maar in onze slaapzak om ons daar te warmen.
Om harde wind op de pas te vermijden vertrekken we al om 5 uur 's ochtends vanuit het High Camp. We hebben ontzettend geluk, er is geen wolkje te zien en er ligt vrijwel nergens sneeuw. Het is een unieke ervaring om onder zo'n heldere sterrenhemel met een hoofdlamp een berg te beklimmen en dan langzaam de zon te zien opkomen. We lopen ontzettend langzaam, stoppen om de paar minuten om op adem te komen, maar bereiken om 8 uur 's ochtends dan toch echt de top. Het is dan nog 1600 meter dalen naar Muktinath, maar we zijn nu zo ontspannen dat we dat fluitend doen.
MEDEREIZIGERS (M)
Vanwege alle politieke problemen zijn er dit jaar weinig toeristen in Nepal, de groep die op dezelfde dag begint is dan ook erg overzichtelijk. Na een paar dagen kent iedereen elkaar, weet iedereen van elkaar hoe snel diegene loopt en waar ze zich ongeveer begeven. Meer dan wat dan ook, zijn het voor ons daardoor hele gezellige en sociale weken.
Het percentage Nederlanders is opvallend groot. Zo ontmoeten we Coen en Dorit die per auto van Nederland in 2,5 jaar naar Nepal zijn gereden en daar nu met twee, onderweg opgepikte, honden de Annapurna trektocht lopen. Met Barbara en Sicco uit Utrecht trekken we veel op en hebben we veel plezier. Ze zijn na hun studie een half jaar op reis gegaan en hebben toen ook het meditatieretreat in Suan Mokkh gevolgd. Nu, drie jaar later hebben ze gewerkt, gespaard en reizen ze voor een jaar over de wereld.
Dominique is een rustige en sympathieke Zwister en loopt de trekking alleen. Hij is een paar jaar geleden op 9/11 een bedrijfje begonnen en heeft inmiddels 33 medewerkers en trakteert zichzelf dan ook nu op een welverdiende wereldreis. Verder zijn er nog Suzanne en Joachim Aio's sterrenkunde en taalwetenschappen uit Nederland en een Slowaaks stel dat fascinerende verhalen verteld over hoe het is om te leven in een land da zo lang socialistisch is geweest en nu de vrije markt op gaat.
Kortom, de diversiteit aan mensen is enorm en staat garant voor vele gezellige middagen en avonden.
ZIEKTE EN DE MEDICIJNDOOS VAN LOT (M)
Het drinkwater in Nepal is erg vervuild en wordt natuurlijk in al het eten en drinken vrolijk gebruikt. Dat ergens tijdens de trek een keer een van ons ziek zou worden, was dan ook vantevoren ingecalculeerd. Op dag 17 krijg ik de primeur. Helaas voel ik me pas echt slecht als we midden op de berg zitten en we veel te ver zijn om terug te gaan. De rest van de dag lopen we in slakkengang omhoog en word ik in verschillende Nepalese restaurants ergens in een hoek op de grond gelegd. Ziek zijn in een vreemd land is geen pretje, vooral niet als de kamers klein zijn, de muren flinterdun en de WC ergens ver weg bij het terras geplaatst is. Aan het eind van de dag weten dan ook alle hotelgasten wie ik ben. Gelukkig hebben we de beschikking over een omvangrijke medicijndoos. Ik maak graag grappen over dit ding, maar inmiddels heb ik elk medicijn al een keer gebruikt en is het aan de medische kennis van Lot te danken dat we geen enkele dag vertraging oplopen.
MAOISTEN (A)
Nepal is niet het Shang-ri-la wat het geweest is. Sinds een aantal jaren heeft Nepal een koning die samen met het leger de dienst uitmaakt en er - zo vindt ongeveer iedereen in het land - bar weinig van bakt. Het gevolg is een bloedige strijd waarbij de zogeheten Maoisten (communistische rebellen) vechten met het leger en de koning. Ondertussen vinden regelmatig onschuldige burgers de dood tijdens de gevechten en de bomaanslagen, worden jongens vanaf 12 jaar door de Maoisten gedwongen om mee te vechten, pakken soldaten (ook erg jong) lukraak nepali op die vervolgens 'verdwijnen'. Ook zijn er continu stakingen (opgelegd door beide partijen) die af en toe wel voor een week het hele land platleggen. Dit is nu al een paar jaar aan de gang.
Tijdens onze tocht hier krijgen we toch wel het een en ander mee van de strijd. Regelmatig moeten we door checkposten, waar een paar soldaten met grote geweren ons vriendelijk begroeten of achterdochtig aankijken. Veel trekkers hebben het over de rebellen en de grote kans dat ons op een gegeven moment een donatie wordt afgedwongen door de Maoisten als we hun territorium binnenkomen. Tot onze verbazing en ons plezier (scheelt toch 2000 roepi's) worden we nergens door de Maoisten gestoord. Tijdens een van onze laatste trekkingsdagen blijkt ook waarom: alle Maoisten zijn samengetrokken rond het stadje Beni voor een grote verrassingsaanval - ze hebben dus helemaal geen tijd om om donaties te vragen. Gelukkig bevinden wij ons twee dalen verder als het grote gevecht plaatsvindt, maar het is niet bepaald prettig om tijdens het lopen af en toe in de verte een bom te horen afgaan. In Pokkhara is het ook onder alle reizigers het gesprek van de dag. De kippenpest in Thailand en Laos is er niks bij.
<< terug

