Tim en Sanne gaan samen voor minimaal een half jaar door azië trekken.
Deze site is jullie aangeboden door alle collega's van TOP Informatie Systemen Delft!
we're coming home
30|01|05
maar eerst nog wat oude verhalen...
Flores (oktober)
Flores was mooi, rustig en vooral heel anders dan Bali. Tim vond Flores wat minder, vooral vanwege de eindeloze busreizen (5 uur om 100 km af te leggen) over een almaar kronkelende weg. En waarschijnlijk ook omdat er niet gesurfed kan worden. We reisden door Flores van West naar Oost. De boot vanuit Sumbawa kwam aan in Labuan Bajo, een klein vissersdorpje dat verder vooral floreert vanwege de toeristen. Vanuit onze bungalow hadden we prachtig uitzicht op de baai. Een snorkeltripje gemaakt en veel vissen en koraal gezien. We hebben nog even overwogen om met een duikgroep mee te gaan om Manta Rays (hele grote platvissen) te bekijken, maar hebben dat uiteindelijk (helaas) niet gedaan. Later hoorden we van anderen dat het echt fantastisch was.
Vanuit Labuan Bajo verder naar Ruteng, om de reis naar Bajawa wat op te breken. De mensen in Ruteng zijn absoluut niet gewend aan toeristen en binnen de kortste keren hadden we een horde om ons heen verzameld, die allemaal wel mee wilden helpen om slippers voor Sanne (daar waren we naar op zoek) te vinden. 'S avonds liepen we door een straatje waar een feest aan de gang was (veel vuur, mensen en eten) en werdeen we uitgenodigd bij de straatoudste. Een goot houten huis, waar wederom een hele horde mensen zich verzamelde om ons te bewonderen. Een hele stoere jongen wierp zich op als vertaler en kon zo eidelijk aan zijn moeder laten zien dat hij wel degelijk wat uitvoerde op school. De eerste vraag die je op Flores meestal gesteld wordt is:"What's your religion"? Ze zijn er nl. op Flores heel trots op dat ze katholiek zijn, in tegenstelling tot de rest van Indonesie.
Na Ruteng naar Bajawa, waar we een vulkaan beklommen en het bijna niet na konden vertellen, omdat het zo gevaarlijk was (wisten wij ook niet van te voren). Tim gleed uit en werd 10 meter lager gered door de gids, die het allemaal nog wat spannender maakte door te zeggen dat veel toeristen gewond raken tijdens deze klim. Het uitzicht was uiteindelijk prachtig en de terugtocht viel mee, omdat we het grootste deel naar beneden konden skien over de losliggende stenen. De volgende dag op de brommer naar een 'authentiek' toeristisch dorpje en vervolgens verder op zoek naar een hotspring. De hotspring bleek een supergroen beekje te zijn, dat samen kwam met een koude stroom. Zomaar in "the middle of nowhere" puur natuur geen ander mens te bekennen en heerlijk ontspannend.
Riung, waar we na Bajawa naar toe gingen, is een klein vissersdorpje met zandweggetjes en veel palmbomen. Er is niet veel te doen dus genoten we vooral van het dorpsleven en de rust. Oja, we ondernamen nog wel een snorkeltripje en zagen duizenden 'flying bats'.
De busreis van Riung naar Moni, waar we de 'Three Coloured Lakes' gingen bekijken, was heel gewoon, behalve dan dat er levende geiten op het dak gebonden werden. Oja, en bijna aan het einde van de busreis werden we gesommeerd om uit te stappen en een taxibusje naar het centrum te nemen. Dit terwijl we wisten dat de bus ook naar het centrum zou gaan. Dit is een truc van de bemo-maffia (taxibusbestuurders) die we inmiddels wel kenden en we weigerden uit te stappen. De buschauffeur vond het allemaal best en wilde alweer verder rijden, maar werd klem gezet door twee taxibusjes. Om een lang verhaal kort te maken hebben we uiteindelijk een deal gesloten met een bemodriver, die ons tegen een 'normale' prijs naar het centrum bracht. Oja en om het nog wat erger te maken, vergat Tim zijn tas in de bus. Gelukkig was er een heel aardige vrouw die direct haar zoon opdracht gaf om samen met Tim op een brommer de bus te achtervolgen. Toevallig was ze ook de trotse eigenaar van een guesthouse..... Daar hebben we ons intrek toen maar in genomen. De volgende ochten vroeg op om de 'drie gekleurde meren' te bewonderen. Het was fantastisch, net alsof iemand er emmers vol met verf in leeggegooid heeft. De twee grootste meren zijn bruinzwart en turquoise en het kleinere meer bruingroen.
Vanuit Moni met een minibusje naar Maumere. het busje dreigde de hele tijd een wiel te verliezen, dus stopten we tig keer om het wiel weer vast te draaien. Geen zeker gevoel als je over een smalle, bochtige weg langs een afgrond rijdt. Maumere is een typische kleine Indonesische stad met een zeer snelle internetverbinding. Verder hebben we weinig gezien van Maumere (al schijnen de stranden in de omgeving heel mooi te zijn), omdat we de volgende dag al terug zouden vliegen naar Bali, zodat Tim nog even een weekje kon surfen.
De golven opBali waren niet zo hoog als de eerste keer dat we er waren (maar volgens Tim gaat het toch vooral om de kwaliteit en die goed), zodat Tim zelfs een dag op Ulu Watu kon surfen (een plek waar je je normaal als beginneling toch niet aan waagt)
Na een weekje surfen op Bali was het tijd om te vertrekken en bleek op het vliegveld dat we een dag te lang n Indonesie waren geweest. Ons visum was 1 dag verlopen en dat kost dan dus $20,-. Sanne gooide nog al haar charmes in de strijd, maar helaas was de douanemeneer onverbiddelijk. Van Denpasar vlogen we naar Kuala Lumpur, om van daar uit de trein naar Thailand te nemen, waar we hadden afgesproken met vrienden.
Na twee weken Thailand en nog een paar dagen Kuala Lumpur (waar we afspraken met Tims oom en tante), vertrokken we voor de tweede keer naar Indonesie. Dit keer Java en Sumatra.
Sumatra (oktober/november)
Pas achteraf begrepen we het. De drukt bij de Indoneschische ambassade in Kuala Lumpur, de vele reisagenten en de handel in boottickets naar Sumatra. Toen we aankwamen bij de haven en daar honderden mensen aantroffen herinnerden we ons het krantenartikel over de miljoen illegaal in Maleisie werkende Indonesiers die tot het einde van de maand respijt kregen. De exodus zorgde ervoor dat onze oorspronkelijke boot al volgeboekt was toen wij ons meldden. Maar er was een extra boot geregeld die 2 uur later zou vertrekken. Niet dus. Na een uurtje of 8 in de krioelende menigte te hebben gewacht konden we boarden. Onbedoeld nog een groepje moslims waarmee we in gesprek waren geraakt geschoffeerd met het aanbieden van suikercrackers. Aaaii, rammadam natuurlijk bedacht ik me later op de boot. Waarmee direct de verwilderde blik in hun ogen was verklaard.
En dan de bootreis. Vol, volgepakt met Indonesiers (wij waren natuurlijk de enige toeristen). Om 2 uur 's nachts kwamen we aan op Sumatra en even later stonden we in een 200m lange rij voor de douane. Achteraan. Gelukkig werden we door de ambtenaren al snel uit de lange rij illegalen geplukt en een kwartier later konden we vrolijk beginnen met het onderhandelen van de taxitrit. Nou ja .. vrolijk. In Maleisie loop je hooguit tegen een taxichauffeur aan die weigert zijn meter an te zetten. Iets wat veel voorkomt trouwens. Maar hier... Ten eerste werden we gedwongen om een taxi te nemen terwijl er legio openbare bemo's klaarstonden. Daarnaast werden we verhinderd om met concurrerende taxichauffeurs te onderhandelen. Tenslotte moesten we natuurlijk minimaal 2x de normale ritprijs betalen. Ja, ja welkom in Indonesie. De nieuwe president mag dan onder luid applaus van de bevolking de corruptie in de hoogste politieke regionen aanpakken, mar dat is duidelijk niet de enige plaats waar er nog wat te verbeteren valt.
Bij aankomst in Medan bleek ons guesthouse volgeboekt te zijn door politieeenheden die de volgende dag naar Aceh zouden vertrekken. Dan maar een ander hostel. De kamer zag er OK uit. Dat gold niet voor de openbare douche/WC op de gang, zagen we toen we al ingecheckt hadden. Nou ja douche... Dit is Indonesie dus je wast je met een mandibak (bak water waarmee ook de WC doorgespoeld wordt). Geen probleem als het water schoon is, maar in dit geval zou je je hond er nog niet mee durven wassen. Het water was zo troebel dat je de bodem niet zag, er dreven dikke schilfers op en de wanden en de vloer waren bedekt met een glibberige zwarte aanslag. Daarbij werkte het licht niet dus alles moest gebeuren met de deur naar de gang open. Ach het was toch 4 uur 's nachts.
Volgende dag even langs 1 van de grootste moskeeen in Indonesie gelopen (dezelfde die onze nachtrust had verstoord), maar verder bleek Medan een stad om zo snel mogelijk weer te verlaten. Vervoer geregeld naar Bukit Lawang, waar een orang utan rehabillitatiecentrum is gevestigd. De plaats was een jaar daarvoor gruwelijk verwoest door een overstroming. Naar men zegt door het illegaal kappen dat mogelijk gemaakt werd door corrupte overheidsdienaren, met een aardverschuiving die een natuurlijke dam in de rivier vormde als gevolg. Toen die doorbrak zijn honderden mensen, Indonesiers en toeristen, omgekomen. We konden bij een gids thuis slapen die ook door het water was meegesleurd en een tijd in het ziekenhuis heeft gelegen.
Inmiddels (voor de tsunami dus) kun je weer tochten door de jungle ondernemen met als hoogtepunt het zien van de orang utans. En ik moet zeggen, dat is meer dan de moeite waard. We hebben hier de meest dichtbegroeide en oudste stukken oerwoud van onze reis gezien. En het is een geweldig gezicht wanneer 10 meter boven je een grote knaloranje aap (volwassen orang utans wegen zo'n 60/70 kg) soms met een kleintje op de rug, door de boomtoppen komt aangeslingerd.
De apen worden gelokt met bananen die de gidsen met zich meedragen. Iets wat nadrukkelijk niet de bedoeling is. Vanuit het centrum krijgen ze 1x per dag te eten en voor de rest worden ze geacht zelf hun voedsel in de jungle bij elkaar te sprokkelen om ze uiteindelijk weer op eigen benen te laten staan. Maar goed, toeristen willen orang utans in het wild zien en gidsen willen waarmaken wat ze beloven. Daar staat tegenover dat het centrum voor een deel betaald wordt door de bezoekers. Ach ja, soms hebben toeristen een goede en soms hebben ze een slechte invloed en soms allebei. Het leven van een reiziger is zo eenvoudig.
Over de gidsen was ik trouwens verder ook niet zo te spreken. Overdag waren ze te lui om een fatsoenlijk stukje door het bos te lopen, maar 's avonds waren deze langharig types meer dan actief om met gitaren, kampvuurliedjes en slechte humor het aantal vrouwelijke veroveringen op te krikken. Vooral westerse vrouwen schijnen status op te leveren. Sanne was wel van ze gecharmeerd, maar misschien zou ik dat ook wel zijn als ik een vrouw was.
Na Bukit Lawang zijn we naar Berestagi gegaan waar we "Hari Raya Idul Fitri" oftewel het einde van de rammadam zouden vieren. Hier verwachtten we veel van want verreweg de meeste Indonesiers nemen de islamitische vastenmaand behoorlijk serieus. En na zo'n periode van afzien is een feestje wel op zijn plaats dachten we. Niet dus. Waar in Nederland met de carnaval bijna niet meer gevast wordt en het vooral om het feest gaat is het in Indonesie andersom. Er stonden 's avonds wat eetstalletjes langs de kant van de weg, maar verder werd de grote dag met name bij familie thuis gevierd met koekjes bij de thee enzo. Mmmm lekker!!
Lake Toba (nog steeds Sumatra)
Ok we zaten dus op Sumatra, een eiland zo groot als West Europa. Op dit eiland barste heel lang geleden een vulkaan uit. Hierin is een meer ontstaan dat zo groot is als de provincie Utrecht en de naam Toba draagt. In Toba ligt weer een eiland en aan dat eiland zit een schiereiland. En daar sliepen we dus.
Het gebied wordt bewoond door de Bataks, een voormalig kannibalenvolk dat als 1 van de weinige etnische minderheden in Indonesie het christelijke geloof aanhangt. Eeuwenlang hebben Arabieren geprobeerd ze te bekeren tot de Islam, maar de Bataks stonden altijd vijandig tegenover mensen van buitenaf. Totdat de Europeanen kwamen. De eerste 2 missionarissen zijn opgegeten maar naar de 3e werd geluisterd.
Op Lake Toba sliepen we de eerste nacht vrij slecht vanwege feestvierende Chinezen in de kamers naast en boven ons. Ik hou zelf ook wel van een feestje, maar zoasls die Chinezen bezig waren heb ik ze zelden meegemaakt. Tot de volgende morgen werd er continu heen en weer gehold, gekrijst en met deuren en meubilair gesmeten. Volgens guesthouseeigenaren is het soms zo erg dat kamers opnieuw beschilderd moeten worden. Chinezen zijn niet erg geliefd in Indonesie, wat ook komt doordat Chinezen over het algemeen veel rijker zijn. En discriminatie is niet verboden. Sterker nog, het is in de wet vastgelegd dat je meer belasting moet betalen als je Chinees bent.
Uiteindelijk zijn we verhuist naar een plek met minder Chinezen en waar we een eigen traditioneel Batak huis hadden, met een klein luik ipv deur als toegang. Lake Toba is 1 van de mooiste plekken waar we geweest zijn. Jammer voor de locals dat het toerisme een jaar of 5 geleden is ingestort. Bij bijna elk restaurant of cafe krijg je te horen: "And tomorrow you come again. Otherwise I have no customers!" Tja Indonesie heeft in het verleden weinig geluk gehad. Geweldadig verlopen machtswisselingen, kolossale bosbranden, economische crisis, burgeroorlogen, de Bali bommen en dan recent de zeebeving maken het land nou niet bepaald een ideale vakantiebestemming. Daarbij is Indonesie het grootste islamitische land ter wereld, wat na 11 september niet bevorderlijk is voor het toerisme.
Nias (eiland voor de westkust van Sumatra)
En toen Nias: 1 van de meest legendarische surfplekken ter wereld. Het is een superlange golf die in een afgelegen baai schitterd om het koraalrif heen krult. De spot is in de jaren 70 ontdekt en een aantal surfdocumentaires heeft deze plaats wereldfaam bezorgd. Je ziet surfers bezig met op de achtergrond een wit zandstrand en wuivende palmbomen, wat een surrealistisch tintje geeft ("waar komen die golven toch vandaan?").
Nias is niet alleen gezegend met een mooie surfspot maar ook met een slecht reputatie. Toeristen die afgeperst worden met medewerking van de lokale politie, (bijna) verkrachtingen, en kinderen die zeeschildpadden martelen totdat toeristen met geld over de brug komen, zijn zoal de verhalen die de ronde doen. Alsof dat nog niet afschrikwekkend genoeg is, ligt Nias ook nog eens behoorlijk afgelegen. De route vanuit Lake Toba ging als volgt: we namen de boot naar de overkant (1/2 uur), pickup truck naar busstation (5 min), bus naar Sibolga (bijna leeg, 10 uur), Ooeps, toch niet. Halverwege moesten we overstappen op een bus met alleen nog zitplaats op armleuningen (5 uur). Vanuit Sibolga de nachtboot (13 uur) naar Nias. En wat voor een boot. Een 30 jaar oud houten wrak, met als enig navigatieinstrument een compas, dat bij nadere inspectie kapot bleek. Bij het zien van de gaten en de rondkrioelende ratten vroegen we ons af hoe het kon dat dat schip nog niet gezonken was. De Indonesiers schenen zich niet zo druk te maken. Sterker nog, ik had de indruk dat het voor de meesten een gezellig uitje was. De gitaren en flessen drank waren erbij gehaald en in de zware diesellucht en geronk van de motoren werd een feestje gebouwd. Of was dit een vorm van escapisme?
Sanne en ik hadden mazzel want mbv een kennis hadden we de cabine van de kapitein kunnen reserveren. Stel je hierbij niet al te veel luxe voor. Geen fan en al helemaal geen airco, een klein bovenluikje en een binnentemp van 42 C. Maar alles beter dan een plek in het benenedenruim, zoals Greg, een australier met zijn Spaanse vriendin Maria hadden. Van slapen is niet veel terecht gekomen hoorde ik later vooral omdat er om het kwartier nieuwe kakkerlakken over hun heenkropen.
Bij aankomst werden we achterop een pickup truck gezet en toen die vol was vertrokken we naar Lagundri, ofwel het surfparadijs. Vantevoren geen prijs afgesproken en bij het uistappen werd ons 10x de standaardprijs gevraagd. Wij vonden het dubbele al wel genoeg, maar daarmee werd niet accoord gegaan, zodat we eerst een klein beetje ruzie moesten schoppen. En toen dat netjes afgehandeld was en we wat bij hadden geslapen zijn we het plaatsje en het water maar eens gaan inspecteren. Omdat je nieuw bent wil iedereen even kennis met ja maken en ik heb in een halve dag zo'n 40 handen geschud. Ook al zijn er dagelijks niet meer dan 15 toeristen te vinden, iedereen baseert zijn inkomen wel op de 'orang toeris'. Voordat je het door hebt, heb je al bij 10 mensen beloofd papaya's te kopen, bier te drinken, een tour te doen of zoutloze deegbollen (lokale donuts) te eten. En de handel stopt niet in het water. Meer dan eens is het voorgekomen dat ik lag te wachten op een golf en er een local op me af kwam peddelen en zei: " Hey man, what's your name? You want to buy a book?"
En de rest vertellen we thuis wel ...
reis update
27|10|04
Ok Sanne en ik zitten nu voor de 3e keer in Thailand (we komen net uit Indonesie) en het lijkt me wel weer tijd voor een update. Laten we beginnen waar we de vorige keer geeindigd zijn en dat is de 2e keer Thailand (toen we net uit Cambodja kwamen remember?) ...
lees reisverslag
ga naar het nieuwsarchief >>

